abonneer nu
Natuur om de hoek

Peer-jeneverbesroest

Door Paul Mentink op vrijdag 12 april 2019 16:00
  • ignore touch

    Peer-jeneverbesroest. © Barbara Ruijs

mail pinterest

In Drenthe gaan er nog steeds verhalen de ronde over witte wieven. Niet dat ze daar nog geloven in deze mythische figuren, maar de verhalen komen in verschillende contexten regelmatig voorbij. Witte wieven zijn ook synoniem voor mistflarden, vooral als deze tussen de jeverbessen zweven.

Deze struiken komen in deze provincie nog in redelijke aantallen voor. Zo weet ik dat er op het Dwingelderveld twee locaties zijn waar nog een groot aantal jeverbessen groeit. In het noordelijk deel van dit heidegebied rond het Smitsveen en aan de oostelijke kant, even ten zuiden van het Holtveen. 

De jeneverbes is een naaldboom met een zeer omvangrijk verspreidingsgebied. Op vrijwel het gehele noordelijk halfrond komt hij voor. De jeneverbes is tweehuizig, wat wil zeggen dat er mannelijke en vrouwelijke exemplaren bestaan. De paarse bessen vormen zich uiteraard op de vrouwelijke planten. Het rijpingsproces van deze bessen strekt zich uit over een periode van twee jaar. Uiteraard zijn ze in gebruikt bij de bereiding van jenever. Maar ook in menig gerecht ontbreekt de gedroogde bes niet.

Van de jeneverbes bestaan ook cultivars. Dit zijn gekweekte vormen van de wilde variant. Zo kunnen tuinliefhebbers deze prachtige struik in hun tuin opnemen en hoeven ze niet onnodig wilde struiken te gebruiken. In de tuinen bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten in Ruinen staan eveneens meerdere cultivars.

Op een voorjaarsdag kwam ik weer eens in het bezoekerscentrum, ik stond voor die dag als gids ingepland. Een goede vriend sprak mij aan, hij had iets bijzonders gezien in de tuin rondom het pand. We liepen naar een paar jeneverbessen en hij liet mij enkele vreemde oranje geleiachtige klonten zien. Ze zaten op de takken van vrijwel alle jeneverbessen. Vlak voor mijn aankomst had mijn vriend iemand gesproken, een autoriteit op het gebied van schimmels. Die had hem verteld dat dit de peer-jeneverbesroest was. Tevens vertelde de expert dat deze schimmel alleen op gekweekte jeneverbessen voorkomt, de wilde exemplaren hebben er geen last van.

De jeneverbes is een waardplant voor deze schimmel waarop hij kan overwinteren. Maar waar slaat het eerste deel van zijn naam dan op? Vrij eenvoudig, deze schimmel heeft een tweede waardplant en dat is logischerwijs de peer. Zodra de bladeren van de peer in het voorjaar ontluiken, komen uit de vruchtlichamen van de schimmel op de jeneverbes speciale sporen vrij. Deze sporen kunnen via de wind op het jonge blad van de peer terechtkomen. Daar ontstaat wederom een aantasting, maar die is veel minder spectaculair. Op het perenblad vormen zich gele vlekjes met een kleine bruine kern. Voor de peer levert het meestal geen noemenswaardige schade op, de gekweekte jeneverbessen kunnen echter het loodje leggen.