abonneer nu
Human Interest

De terugkeer van de boekweitmede

Geplaatst op zaterdag 8 april 2017 14:47
  • Stilleven met drank. Een thuisgisterij voor vloeibaar goud © Albert Metselaar

  • Bijenstal De Iemenhof van bijenvereniging De Heidebloem, op de rand van De Weide © Albert Metselaar

pinterestmail

Hoogeveen - Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer in de rubriek Historie een verhaal over boekweit en boekweitmede.

Hoogeveen eindigt zoals het begonnen is. Toen in oktober 1636 de Hollanders van een bedrijventerreintje een leefbare kolonie maakten, kregen mensen de kans om boekweit te verbouwen, en zo aan meel te komen. Geen boekweit zonder bijen. Op het uiterste eind van het huidige Hoogeveen, op de noordpunt van de Vledderweg, staat sinds 1981 de gezamenlijke bijenstal van de iemkervereniging De Heidebloem.

Bij een bezoek, eind maart, stonden er twaalf bijenkasten met pakweg 25.000 bijen per kast. Dat zou volgens Rein Lunenborg, druk bezig met het schoonmaken van kasten en roosters, tot eind mei/begin juni nog door eigen broed uitgroeien tot pakweg 50.000 bijen. Daarna zouden ze gaan zwermen, tenzij je ze overzette in andere kasten. Dat belooft wat. Het aantal kasten zal hier nog toenemen, het is nog maar voorjaar. Niet te dicht bij komen dus, de foto is gemaakt met een geleende kap op, want met zoveel bijen kan er allicht eentje ‘per ongeluk’ steken.

De bijen zijn al flink aan de gang. Ze halen stuifmeel binnen, ook dat, maar de eerste honing is er ook al. Er is altijd wel een plant in bloei, groot (boom) of klein (paardenbloem). Als de natuur helemaal doorbreekt is het helemaal feest. Dan zwermen flink wat kasten van De Heidebloem uit in Marknesse, waar ze ervoor zorgen dat de appel- en perenbomen de bloemen bestoven krijgen. Alles zorgt voor zijn eigen honing, zijn eigen smaak. Gemengd, of puur, als de bijen op een veld uitvliegen met een eenzijdige bloemencultuur. En dat is nu precies wat er in Hoogeveen aan de hand was. Ooit. Lang geleden. Toen hier de boekweitvelden nog bloeiden.

Restanten na 'slachten' van de korf

Boekweithoning is een licht tot donkerbruine soort honing die ergens nergens op lijkt. Als aan het eind van de vliegtijd de korven dropen van de honing, als ze soms nog werden opgehoogd met een extra rand eronder omdat juist hier zoveel honing te halen was, bleven er na het ‘slachten’ van de korf flink wat restanten over. Ze werden uitgespoeld. Dat spoelwater werd omgezet in vloeibaar goud: boekweitmede. Met het verdwijnen van de boekweitcultuur uit Nederland is hier ook de boekweitmede verdwenen. Ja, er is nog mede te krijgen, van andere honing. Maar juist vanwege zijn specifieke smaak van de honing was ook de boekweitmede anders dan de andere mede. En die mede werd waarschijnlijk zeker al vanaf de Tweede Wereldoorlog niet meer in Drenthe gemaakt. Gewoon, omdat er geen boekweit meer was.

Vergeet verhalen over Germaanse mythologie

Wat is mede? Mede is gegiste honing. Vergeet de verhalen maar over de Germaanse mythologie, vergeet de verhalen van de Grieken, gegiste honing werd al veel langer gedronken. Al blijft het natuurlijk een hemels drankje. Vanwege de wisselende ingrediënten waren er ook overgangsdrankjes in zwang, waarbij het maar de vraag was of je het bier of mede moest noemen. Lang, lang geleden. De typisch Hoogeveense drank was verdwenen en bleef onvindbaar. Het is echter dichterbij dan je denkt. Het is simpel zelf te maken. Hou wel rekening met wettelijke regels: zelf alcohol maken mag wel, maar verkopen mag niet, tenzij je voldoet aan diverse regels. Zelf maken dan maar.

Het recept:

Je neemt 1 kilo boekweithoning en 3 liter water, of qua gewicht hoeveelheden in gelijke verhouding. Breng dit aan de kook op een vuur. Het moet van het vuur af als de honingmost
(= het mengsel in je pan) niet meer schuimt. Schuim tussentijds verwijderen met een schuimspaan. Doe de ei-proef. Een ei zakt als je hem/haar rauw in water legt. Een ei blijft drijven als de verhouding honing-water goed is in de honingmost. Giet de vloeistof door een zeef of een doek in een eikenhouten vat, zegt het oude recept. Voor een tientje koop je een gistfles van 5 liter. Ze zijn ook tweedehands te krijgen, vaak dan de grotere maten. Gist vind je bij speciale winkels of internetzaken waar je benodigdheden kunt bestellen voor het zelf maken van wijn. Hebben ze geen speciaal mede-gist, dan gebruik je wittewijngist. Gist oplossen in een kopje lauw water, even laten staan, en dan in de fles. Als je dit allemaal maar lang genoeg laat staan, in een omgeving op kamertemperatuur, zal het automatisch gaan gisten. Tussentijds ziet het er niet smakelijk uit. Het zogenaamde waterslot, dat op de gistfles hoort (paar eurootjes) laat de bellen wel gaan. Het voorkomt het binnentreden van verkeerde oftewel wilde gisten. Honingazijn schijnt ook lekker te zijn, maar dat willen we dus niet. Het zal 4-6 maanden duren voor het geheel is uitgegist. Het zal vervolgens weer helder worden. Het ziet er weer smakelijk uit. Overgieten, daarbij nog weer eens zeven via bijvoorbeeld een linnen doek, en je hebt heerlijke flessen boekweitmede voor eigen gebruik. Zo verkrijg je een droge mede met een zo hoog mogelijk haalbaar alcoholpercentage, vergelijkbaar met wijn.

Mede proeven

Op de nieuwjaarsreceptie van de Historische Vereniging Die Luyden van ’t Hooge Veene kon voor het eerst sinds de oorlog (gokje) de echte Hoogeveense boekweitmede worden geproefd. De beoordeling: De kleur van de mede is vergelijkbaar met die van appelsap. Een prachtige gouden glans danst rond in het glas en laat de lichtstralen alle kanten op kaatsen. Je ruikt een fruitig feest, als je neus boven de golven meedeint. Is ze zoet of droog? Al doende wordt duidelijk dat dit erg afhangt van de proever. Een bierliefhebber zal deze mede als zoet blijven omschrijven. Een wijnliefhebber heeft het over halfdroog.

Als medeliefhebber constateer ik simpel dat deze mede veel droger is dan de doorsnee medes die ik gedronken of geproefd heb, maar het heeft niet de straffe dronk van mede waarin ook thee heeft kunnen meetrekken. Dit is een puur recept geweest, zonder de vele (en ook historisch verantwoorde) toevoegingen. Halfdroog doet haar dan ook meer eer aan dan zoet. Ik vergelijk het nog even met een andere mede, niet van boekweithoning, zoals die al enige tijd bij me thuis staat. Ooit redelijk zoet en fruitig, maar nadat die mede wat langer stond, is door extra gisting het zoete verdwenen, evenals het fruitige, waarbij er eigenlijk maar weinig positieve smaakstoffen in de uitgegiste mede overblijven.

 

 

 

Mijn boekweitmede blijkt echter in doorgegiste fase vol te zitten van smaakstoffen. Er is niets verdwenen, er is alleen maar meer bij gekomen. Het wordt omschreven als ‘bloemig’, waarbij zowel de smaak als de geur associaties oproepen met de bloemrijke velden, waarover de bijen vlogen, toen ze hun honing oogstten. Kortom, verrassend, vloeibaar goud! Wie weet hoe lekker het nog wordt als het een jaartje in een eikenhouten vat zit.
 

whatsappTip de redactie via WhatsApp! Voeg 'Hoogeveensche Courant' toe als contact in uw telefoon, 06-5751 5176, en stuur ons uw tips, foto’s en video’s.